Toelichting niet instellen cassatieberoep

Regelmatig publiceert de staatssecretaris mededelingen met daarin de reden waarom hij geen beroep in cassatie instelt of waarom een ingesteld beroep in cassatie wordt ingetrokken. Opmerkelijk is dat de staatssecretaris nu een toelichting publiceert bij het niet instellen van beroep in cassatie in een procedure waarin partijen een compromis hebben bereikt en het hof uitspraak heeft gedaan conform dit compromis. De reden voor de toelichting is gelegen in enkele voorlopige oordelen, die het hof aan partijen heeft voorgehouden. De procedure betreft een reorganisatie van een internationaal concern.

Een Nederlandse concernvennootschap genoot voor de reorganisatie de volledige winst van haar onderneming (restwinstgenieter). De concernvennootschap had bepaalde activiteiten uitbesteed aan een buitenlandse gelieerde vennootschap. Deze vennootschap ontving een vergoeding ter grootte van de directe kosten plus een winstopslag. Na de reorganisatie werd het contract opgezegd en ontving de Nederlandse concernvennootschap een schadeloosstelling. De Nederlandse concernvennootschap verloor bij de reorganisatie haar recht op de restwinst. De procedure had betrekking op de omvang van de schadeloosstelling. In de procedure nam de concernvennootschap het standpunt in dat de belangrijkste kernfuncties al veel eerder dan in het jaar van de reorganisatie vanuit Nederland waren overgedragen. Dat zou betekenen dat de Nederlandse belastingdienst geen belasting kon heffen over een gecorrigeerde schadevergoeding omdat de termijn daarvoor was verstreken. 

De staatssecretaris acht van belang dat het hof wijst op de eigen gedragingen van de belastingplichtige tot aan het moment van de reorganisatie in het jaar 2010. Als een belastingplichtige zich steeds heeft gepresenteerd als restwinstgenieter kan zij later niet met succes de stelling innemen dat er feitelijk geen sprake is geweest van gerechtigdheid tot de restwinst, omdat de kernfuncties al in eerdere jaren gaandeweg zouden zijn overgedragen. De staatssecretaris vindt voorts van belang dat bij de (gedeeltelijke) overgang van functies en risico’s die een onderneming vormen een (eind)afrekening in aanmerking genomen moet worden die recht doet aan de waarde van de overgedragen functies en risico’s en de daarbij behorende winstcapaciteit. Tot slot is van belang dat ook na een gedeeltelijke overgang van functies en risico’s de achtergebleven onderneming nog steeds gerechtigd kan blijven tot een deel van de restwinst.

30 mei 2012