Kosten verkrijging voogdij geen adoptiekosten

De kosten van een adoptieprocedure waren tot 1 januari 2009 aftrekbaar van het inkomen. Uit de parlementaire geschiedenis van het betreffende wetsartikel blijkt dat de wetgever geen onderscheid heeft willen maken in de behandeling van de kosten van een natuurlijke bevalling en de kosten van adoptie.

Een ouder die kosten maakte om na een echtscheiding als enige het ouderlijke gezag over zijn eigen kinderen te krijgen, claimde aftrek van de gemaakte kosten. De ouder voerde ter onderbouwing aan dat de kosten die gemoeid zijn met het verkrijgen van ouderlijk gezag gelijk zijn te stellen met adoptiekosten. De ouder had in 2006 en 2007 aanzienlijke kosten gemaakt omdat zijn ex-echtgenote de kinderen aan het ouderlijk gezag had onttrokken door ze mee te nemen naar Taiwan. Naar het oordeel van Hof Leeuwarden bleek nergens uit dat de wetgever dergelijke kosten gelijk heeft willen behandelen als adoptiekosten. De andere behandeling hield geen verboden discriminatie in.

De inspecteur accepteerde de aangifte over 2006 zonder correcties. De ouder meende dat hij daaraan het vertrouwen kon ontlenen dat de inspecteur voor het jaar 2007 de kosten ook in aftrek zou toestaan. Voor in rechte te beschermen vertrouwen is meer vereist dan de enkele omstandigheid dat de inspecteur bij het regelen van de aanslag de aangifte heeft gevolgd. De belastingplichtige moet op basis van omstandigheden de indruk hebben gekregen dat de inspecteur bewust een standpunt heeft ingenomen. Dat kan zich voordoen als de inspecteur vragen heeft gesteld over de aangifte voordat hij de aanslag heeft geregeld. In de aangifte 2006 was niet uitdrukkelijk vermeld dat de kosten geen betrekking hadden op een adoptie. Naar het oordeel van het hof kon de ouder niet in redelijkheid aannemen dat de inspecteur wist dat de kosten betrekking hadden op de eigen kinderen en vervolgens bewust de aftrek als adoptiekosten had toegestaan.

8 augustus 2012