Hoofdlijnen herziening fiscaal regime woon-werkverkeer

In het - inmiddels aangenomen- wetsvoorstel ter uitwerking van de fiscale maatregelen uit het Begrotingsakkoord 2013 is de aanpassing van het fiscale regime voor de kosten van woon-werkverkeer niet opgenomen. De staatssecretaris van Financiën heeft in een notitie aangegeven welke punten nader uitgewerkt moeten worden.

 

Uitgangspunt is, dat met ingang van 1 januari 2013 vergoedingen voor de kosten van het woon-werkverkeer en verstrekkingen in de vorm van woon-werkverkeer in beginsel belast zijn. Een onbelaste reiskostenvergoeding blijft mogelijk voor andere zakelijke reizen dan woon-werkverkeer. Verder vervalt met ingang van 1 januari 2013 de reisaftrek in de inkomstenbelasting en vervalt met ingang van 1 januari 2014 de gerichte vrijstelling voor zakelijke reiskosten in de werkkostenregeling (WKR). Daar staat tegenover dat op die datum de vrije ruimte in de WKR wordt verhoogd met 0,5% tot 2,1%. Woon-werkkilometers met een auto van de zaak gelden met ingang van 1 januari 2013 als privékilometers.

 

Definitie woon-werkverkeer

Het streven is te komen tot een definitie van woon-werkverkeer die begrijpelijk en uitvoerbaar is en die niet leidt tot onbedoeld gebruik. De voorkeur gaat uit naar één definitie voor alle belastingen. Onduidelijk is of dat haalbaar is.

Een mogelijkheid is om aansluiting te zoeken bij de definitie van woon-werkverkeer voor de Wet op de Omzetbelasting. Woon-werkverkeer geldt voor de omzetbelasting als privékilometers. Als woon-werkverkeer gelden reizen tussen de woon- of verblijfplaats en het in het arbeidscontract vastgelegde vaste werkadres of het bedrijfsadres van de werkgever. Omdat deze definitie relatief nieuw is, is het te vroeg om zonder meer te stellen dat deze kan worden overgenomen. De staatssecretaris sluit niet uit dat er straks een geheel eigen definitie komt.

 

Het vervallen van de vrijstelling voor woon-werkverkeer per 1 januari 2013 heeft tot gevolg dat onderscheid gemaakt moet worden tussen woon-werkverkeer en andere zakelijke reizen. De waarde van het woon-werkverkeer zal moeten worden vastgesteld. Voor verstrekkingen, die zowel op woon-werkverkeer als op zakelijke reizen betrekking hebben, zoals bepaalde OV-abonnementen, moet de waarde worden gesplitst. Omdat met ingang van 1 januari 2014 de gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling vervalt, blijft de toename van de administratieve lasten beperkt tot één jaar.

 

Overgangsregeling

Het belasten van het woon-werkverkeer is een ingrijpende maatregel. Omdat mensen reeds verplichtingen kunnen zijn aangegaan voor woon-werkverkeer in 2013 zonder dat zij rekening hebben kunnen houden met deze ingrijpende maatregel, komt er overgangsrecht. Voor mensen met een auto van de zaak, die nu geen bijtelling voor privégebruik hebben en die voor 25 mei 2012 de auto hebben aangeschaft of een leasecontract hebben gesloten, geldt overgangsrecht. Dat bestaat uit een beperkte bijtelling (25% van de normale bijtelling) zolang de auto op naam van de zaak staat of zolang het leasecontract loopt, maar uiterlijk tot 1 januari 2017. Ook voor houders van een OV-abonnement, dat voor 25 mei 2012 is afgesloten, komt er overgangsrecht. Zolang het abonnement loopt, mag er onbelast mee worden gereisd.

 

Bestelauto

Ook woon-werkverkeer met een bestelauto van de zaak valt onder de voorgestelde fiscale maatregel. De vraag is wat dat betekent voor de huidige regeling voor doorlopend afwisselend gebruik bestelauto, waarbij twee of meer werknemers een bestelauto doorlopend afwisselend gebruiken. Er geldt een eindheffing van € 300 per jaar per bestelauto. Het kan zijn dat deze regeling of dit bedrag aangepast wordt. Ander punt van aandacht is dat een werknemer met een bestelauto, die geen bijtelling wil, zijn bestelauto op het bedrijfsterrein van de werkgever achter moet laten. Dat zou ten koste van de productiviteit gaan omdat de werknemer dan eerst met eigen vervoer naar het bedrijfsterrein moet reizen voordat hij naar de klant kan gaan.

13 juli 2012