Woon-werkverkeer

Een van de maatregelen uit het Lenteakkoord is de afschaffing van de onbelaste vergoeding voor kosten van woon-werkverkeer. Daarmee samenhangend wordt het woon-werkverkeer met een auto van de zaak aangemerkt als privégebruik. Dat geldt niet alleen voor werknemers, maar ook voor ondernemers. Met deze maatregel wordt teruggegrepen naar de tijd voor 2004, toen er in fiscaal opzicht onderscheid werd gemaakt tussen reizen in het kader van regelmatig woon-werkverkeer en andere in het kader van de dienstbetrekking gemaakte reizen.

 

Let op: hoewel de zogenoemde gerichte vrijstelling voor woon-werkverkeer vervalt per 1 januari 2013, heeft de werkgever de mogelijkheid om de reiskosten voor het woon-werkverkeer onbelast te vergoeden als hij gebruik maakt van de werkkostenregeling. De vergoeding gaat dan ten koste van de zogenaamde vrije ruimte.

 

Let op: de mogelijkheid om onbelaste vergoedingen te geven voor andere reizen dan woon-werkverkeer blijft bestaan.

 

Definitie woon-werkverkeer

Woon-werkverkeer is het regelmatig heen en/of terug reizen van de woon- of verblijfplaats naar de vaste plaats waar men zijn werkzaamheden verricht. Er geldt een uitzondering als de werknemer slechts kort werkt op een ander adres. Er is pas sprake van woon-werkverkeer als de werkzaamheden op een werkplaats langer duren dan een jaar. Is de duur van de werkzaamheden op die specifieke plek gelijk aan de duur van de dienstbetrekking, dan is wel sprake van woon-werkverkeer, ongeacht de duur van die werkzaamheden. Van belang is verder dat een reis tussen de woning en een werkplaats niet als woon-werkverkeer wordt aangemerkt wanneer niet binnen 24 uur heen en terug wordt gereisd.

De regeling is ook van toepassing op ondernemers en zzp’ers. Voor hen geldt dat alleen de reizen tussen de woning en het eigen bedrijfsadres als woon-werkverkeer worden aangemerkt. Wel geldt ook voor ondernemers dat de frequentie waarin naar eenzelfde werkplaats wordt gereisd en de mate waarin daar werkzaamheden worden verricht tot de conclusie kunnen leiden dat sprake is van woon-werkverkeer.

Voor de werknemer die wordt gedetacheerd naar een andere werkplaats dan zijn gebruikelijke vaste werkplaats is sprake van zakelijke reizen als de duur van die detachering aanmerkelijk korter is dan de duur van zijn dienstbetrekking, mits de detachering niet langer duurt dan een jaar.

 

Auto van de zaak

Voor het privégebruik van een auto van de zaak moet een bijtelling bij het inkomen plaatsvinden als dit privégebruik meer is dan 500 kilometer. Met ingang van 1 januari 2013 geldt het woon-werkverkeer als privégebruik.

 

Voorkoming anticipatie

Vergoedingen en verstrekkingen die tussen 18 september 2012 en 1 januari 2013 worden gedaan voor woon-werkverkeer dat plaatsvindt na 31 december 2012 worden geacht te zijn genoten in het loontijdvak waarin het woon-werkverkeer plaatsvindt. Dat betekent dat het niet mogelijk is om nu een onbelaste vergoeding te doen voor woon-werkverkeer dat volgend jaar plaatsvindt.

 

Overgangsrecht

Zoals al eerder aangekondigd is er in overgangsrecht voorzien voor reizen met openbaar vervoer en voor auto’s van de zaak waarmee afgezien van woon-werkverkeer niet meer dan 500 km per jaar privé wordt gereden. Een belangrijke datum is 25 mei 2012. De verstrekking van abonnementen die voor die datum zijn aangegaan blijft onbelast zolang het abonnement geldt. Werknemers die zelf een abonnement hebben aangeschaft voor die datum en geen of een lage vergoeding krijgen van hun werkgever houden recht op de reisaftrek voor openbaar vervoer zolang het abonnement loopt.

 

Voor de auto van de zaak waarvan vóór 25 mei 2012 een leasecontract is aangegaan, geldt zolang het leasecontract loopt, maar uiterlijk tot 1 januari 2017, een beperkte bijtelling van 25% van de normaal voor de auto verschuldigde bijtelling. De verlaagde bijtelling geldt alleen als het aantal “echte” privékilometers niet uitkomt boven 500 kilometer op jaarbasis. Dat moet kunnen worden aangetoond door bijvoorbeeld een kilometerregistratie. Voor de bestelauto van de zaak geldt het overgangsrecht alleen als er geen “echte” privékilometers worden gemaakt. Het overgangsrecht geldt ook voor de auto van de zaak die op de balans van de onderneming staat en wel zolang de auto op de balans blijft staan, maar uiterlijk tot 1 januari 2017.

20 september 2012